Snelnieuws

Welkom bij albinfo.org!

Lees hier meer over het gebruik van deze site. Bekijk ook de Google+ pagina! Alvast bedankt voor uw interesse en veel leesplezier!  Hans - albinfo.org

 

Nederlandstalige infosite over Albanië

Nederlandstalige infosite over Albanië

Enkel voor leden!

Log in



Tirana: het weer

MambWeather icon
Tirana
--- °C
[Details]
STA71059.JPG

Wat vind jij?

Afschaffing visumplicht is een goede zaak?
 
Fout
  • Unable to load Cache Storage: database
  • Unable to load Cache Storage: database
  • Unable to load Cache Storage: database
  • Unable to load Cache Storage: database
Vakantie 2007 - week 1 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Hans   
dinsdag, 14 augustus 2007 00:00
De tweede keer in Albanië, de eerste keer met de auto er naartoe. De reis op zich is al een avontuur. De eerste honderden kilometers niet echt: we rijden op vertrouwde autosnelwegen door België, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Kroatië, eventjes ook door Bosnië. Voorbij Split, waar de autostrade eindigt, begint het avontuur pas echt. Smalle bochtige baantjes slingeren zich een weg door de bergen, langs de Adriatische kust naar het zuiden. In Dubrovnik worden we op een schitterend panorama getrakteerd: de oude haven met een helikopter en vliegtuig er vlak boven... maar het enthousiasme wordt vlug getemperd als blijkt dat het over blustoestellen gaat. De avond voordien heeft in Dubrovnik wellicht niemand met een gerust hart geslapen: de vlammen kwamen van de bergen naar beneden geraasd tot aan de zee. Voor zover we konden zien zonder al te veel materiële schade. Maar de natuur heeft wel duidelijk een tol betaald: zwartgeblakerde dode landschappen met hier en daar nog smeulende vuurhaarden en rond het hele stadje een blauwgrijze rook. De wegen zijn niet afgesloten, we gaan er dus maar van uit dat we met een gerust hart verder kunnen rijden en in alle stilte zijn we blij dat we de dag voordien enkele uren gerust hebben voorbij Split en niet in Dubrovnik zelf zoals we eerder van plan waren.
Aan de grens met Montenegro krijgen we het even benauwd: de norse douane vraagt in het Duits of we apparaten mee hebben (wijzend op enkele kado's die we voor familie meebrachten), maar in het Engels antwoorden we dat we niks aan te geven hebben... en blijkbaar nemen ze daar genoegen mee (al denk ik dat hun kennis van het Engels zo slecht is dat ze amper verstonden wat we bedoelden en ons al vlug wegstuurden om te vermijden dat we onze hele volgeladen auto in het Engels zouden uitpakken...).

Aan de Albanese grens was het onthaal vriendelijker: alleen ikzelf moest de vreemdelingentaks betalen en hoewel vrouw en kinderen intussen ook de Belgische nationaliteit hebben, worden ze nog steeds als Albanezen beschouwd en dus vrijgesteld van vreemdelingentaks.

Het verschil met de andere landen is eigenlijk al duidelijk vanaf de grens: éénmaal de Montenegrijnse grens gepasseerd, neemt de georganiseerde chaos de bovenhand. Iedereen probeert voor te steken en de douaniers voor zich te winnen om sneller te passeren. Dat lukt vrij aardig totdat enkelen hun stoute schoenen aantrekken en zonder schroom de hele rij passeren. Dit blijkt een druppel teveel te zijn: ze worden aangemaand terug aan te schuiven en ondanks enkele pogingen om hen om te praten, moeten de durvers terug naar achteren. Heel even duurt deze discipline maar, want van zodra deze formaliteit achter de rug is, stuiven ze in alle richtingen weg en steken ze links en rechts voorbij, waar er maar plaats is.

Ik trek het me niet aan en kijk al wanhopig uit naar twee zaken die ik absoluut snel wil zien na ze een jaar gemist te hebben: een bunker en een ezel. Gelukkig krijg ik beiden al binnen de vijf minuten in het vizier. En ik voel me opnieuw thuis.

De eerste aktieve kennismaking met de Albanese wegen verloopt vrij vlot, al ben ik blij dat ik er vorig jaar, zij het passief, al wat vertrouwd mee kon worden. Je moet hier evenveel vooruit als achteruit kijken, want zowel langs voor als langs achter loopt het gegarandeerd in het honderd.

De snelweg van Shkodër naar het zuiden is een brede baan met een enkel rijvak in elke richting. Breed genoeg om met vier in elke richting te rijden als het moet. Meest rechts is er plaats voor voetgangers, fietsers, honden en schapen. Dan volgen de karren met paard of ezel en de motorfietsen. Vervolgens de trage voertuigen (vrachtwagens, auto's met een bejaarde status en vrachtwagen-driewielers) en tenslotte de snelheidsduivels (het is uiteindelijk toch een SNELweg). In feite wordt de baan gebruikt zoals je zelf wil: heb je zin om op het baanvak van de tegenligger te rijden, dan kan je dat rustig doen. Meestal gaan tegenliggers ruim uit de weg om je plaats te geven. Beginnen ze daarentegen vervaarlijk te toeteren of met de lichten te knipperen, dan is het aangeraden een beetje plaats te maken. Het voertuig dat voorbijgestoken wordt, heeft meestal de goodwill om ook enkele meters op te schuiven, maar ook hier geldt: toeteren en met de lichten knipperen is zorgen dat je uit de weg bent. Het toeteren is overigens iets wat Albanezen als de beste kunnen. Hoe slecht sommige voertuigen er soms aan toe zijn: altijd werkt de toeter. En dat is maar goed ook. Er valt hier overigens geld te verdienen met de opmaak van een toeter-woordenboek: zowat alles kan je met de toeter gezegd krijgen. Van “maak je uit de weg” tot “heb je geen zin om een koffie te drinken”... voor buitenlanders geen eenvoudige opgave om ze te verstaan. Maar je raakt het vlug gewend: ik zal het missen als ik terug in België ben, want ik rij hier intussen al vrolijk mee-toeterend rond.

Al bij al valt het rijden hier mee, al moet gezegd worden dat het eigenlijk niet aan beginnelingen is besteed: je moet hier het nodige lef hebben of je geraakt geen meter vooruit.

Aangezien de policia rrugore (verkeerspolitie) hier zowat om de 100 meter snelheidskontroles uitvoert met voorhistorische snelheidsmeters, moet je hier zowat elke 100 meter op de rem staan. Hoe dit in zijn werk gaat, moet ik nog uitzoeken. De regels omtrent snelheidsbeperkingen zijn absoluut onduidelijk en bij navraag blijkt zowat iedereen hieromtrent een eigen uitleg te hebben... ik zal het bij gelegenheid eens opzoeken op het internet en wie weet, krijg ik de gelegenheid om het de Albanese flikken zelf te vragen.

Het eerste kontakt met hen was overigens best leuk. Omdat ik absoluut niet kon vermoeden of ik al dan niet te snel reed, sprak ik bij de kontrole die ik deze week tegen kwam, vlot Engels met een brede smile. De agent vroeg me in iets minder vlot Engels waarheen we gingen en toen ik opnieuw een waterval Engels over de arme man liet vloeien, liet hij me met een verlegen blik opnieuw vertrekken. Die truuk met dat Engels, dat blijkt hier overal te werken. Ik kijk al uit naar het volgende kontakt.

Ondanks berichten op het internet over mogelijke regenbuien, hebben we hiervan alsnog niks gemerkt: lekker in de zon, op het strand dat ons snel opnieuw vertrouwd was. De tweede dag al werden we verwelkomd door Remi Nga Golemi, mijn goeie vriend de druiven-peren-vijgen-verkoper die we twee keer per dag over het strand zien komen. Van ver zag hij ons al zitten, en hoewel we even van zijn trajekt zaten, kwam hij onmiddellijk naar ons toe om te informeren over onze gezondheid, de kinderen, de ouders enzovoort. Albanese gastvrijheid en een eerbiedig onthaal: het is hier een kunstvorm die door alle rangen en standen beheerst wordt. Natuurlijk kende hij ons nog van vorig jaar: uit België kwamen we, herinnerde de man zich nog perfekt. Met veel plezier kopen we onze eerste Albanese kilo's druiven bij Remi.

Onze vakantie is voor het grootste deel een familie-vakantie. We halen Gjyshi en Nëna op in Berat en brengen hen naar ons vakantiehuisje in Durrës. Beiden stellen het goed: Gjyshi is in vorm en maakt grapjes de hele tijd. Van elke gelegenheid maakt hij gebruik om een stukje Albanese vaderlandse geschiedenis of een of andere volkswijsheid uit te leggen. Nëna is ouder geworden, ze maakt zich voortdurend zorgen over van alles en nog wat. Vooral de maaltijden en onze kleren zijn een grote zorg: of we wel genoeg eten en propere kleren hebben... als het aan haar lag, zou ze van 's morgens tot 's avonds koken en kleren wassen. We moeten haar op tijd en stond – met veel liefde uiteraard – vastketenen aan haar zetel of strandstoel.

De andere familieleden maken het eveneens goed: broer, zus, tantes, nonkels, neven en nichten... ze komen allemaal aan de beurt, in de juiste volgorde wel te verstaan (kwestie niemand voor het hoofd te stoten). De familiebanden zijn hier sterk en een zekere hiërarchie dient gerespekteerd te worden. Het heeft zo zijn voor- en nadelen.

Berat is een prachtige stad; vorig jaar bezochten we het kasteel, dit jaar de buurt rond de moskee.

De haven van Durrës, de grootste van Albanië, was een tegenvaller. Althans, de plaats waar we een nichtje gingen ophalen die na een jaar studie in Italië op vakantie kwam naar Albanië. Dit is een internationale grenszone, maar elke akkomodatie ontbreekt hier. Een grote geelgeverfde ijzeren poort, een massa mensen ervoor halsreikend uitkijkend naar de familie die ze opwachten. Het terrein ligt half op de spoorweg, half in de kiezels, nergens informatieborden noch infopunten. Vier eettentjes met stoeltjes en tafeltjes, in de buitenlucht, om het wachten te verzachten. Aan de bedelaars zie je wanneer de boten gearriveerd zijn: op dat moment komen ze vanuit het niks opduiken en dringen ze zich een weg naar voren om de rijke toerist wat centen af te smeken. En zelfs onder de bedelaars zijn er armen en rijken: er wordt een echte oorlog uitgevochten om de beste klant (we zagen een oud vrouwtje systematisch weggeduwd worden door een groepje zigeuners met slapende kindjes op de arm). De Albanezen hebben nog werk aan de winkel als ze een Europees land willen worden.

Zaterdag komt er nog familie uit New York, dan is de clan kompleet, we zullen feesten!
 
interessante organisaties voor op reis in/naar Albanië:
Banner
Banner
 
Joomla 1.5 Templates by Joomlashack